blogheader
Zakelijke zaken
Zakelijk & ICT
 

Analogie: hoe communiceren computers?

Binnenkort gaan er twee van mijn kinderen naar het middelbaar onderwijs. Tijd voor een smart phone dus, want zonder smartphone kun je je niet redden op de middelbare school. Niet zozeer om het feit dat je anders 'sociaal' niet mee doet (wat dat ook moge betekenen in het 'social media tijdperk') maar omdat ze er hun rooster, cijfers en huiswerk op te zien krijgen. En dan heb je aan mij als ICT-nerd een handige vader in huis die dat allemaal wel even regelt, maar ik wil ook dat ze het begrijpen. Want 'het internet' is niet alleen de browser die op je telefoon staat. Dus als een van de kids zegt 'dan ga je even naar het internet' dan móet ik het even gaan uitleggen hoe het nu echt zit. Maar niet alle kinderen hebben zin om een lesje bits-and-bytes te ontvangen als ze 'even naar het internet willen'. Dus hoe leg je dat met een leuke analogie uit?

Het zal u niet verbazen dat het communiceren tussen computers (smartphones, smart-TV's, mediacenters, routers, kabelmodems etc etc) niet veel verschilt van hoe wij mensen dat doen. Een leuke vraag is altijd: hoe deden we dat 50 jaar geleden zonder computers. Een aantal leuke voorbeelden:

  • een brief schrijven
  • face-to-face een gesprek voeren
  • elkaar bellen
  • communiceren met signalen op afstand

Hoewel ik zou moeten nakijken of er toen al faxen waren, gaat het om het idee van een afbeelding versturen over grote afstand. Het eerste voorbeeld is bewust gekozen omdat het meteen de aspecten die ik wil uitleggen duidelijk naar voren brengt. 

Een brief schrijven

Tsja, een brief schrijven. Weet u nog hoe dat moet? Wat hebt u er op het eerste gezicht voor nodig? En welke handelingen worden er uitgevoerd die leuk zijn om te vermelden als je de analogie met computers gaat leggen?

  • een vel papier
  • een pen of potlood
  • een envelop

Gezeten achter je bureau begin je te schrijven. De mooiste uitdrukkingen en snedige opmerkingen landen op het papier en nadat het verhaal af is vouw je de brief op zodat hij in de envelop past. Je stopt hem in de envelop, en maakt hem dicht. De volgende stap is een belangrijke : je schrijft het adres er op. Die bestaat grofweg uit een naam en een bestemming. Want op een adres kan een heel gezin wonen, en je wilt alleen die persoon bereiken aan wie de brief gericht is. Vervolgens moet je nog een postzegel plakken en de brief kan 'op de bus'. Dat proces bestaat uit het zoeken naar een brievenbus in de buurt of op een postkantoor waar je de brief in kan achterlaten.

Daarna gaat het proces van het verzenden van de brief van start. De brief wordt uit de brievenbus gehaald en meegenomen naar het postsorteer centrum. Daar weet men op basis van de postcode naar welk deel van de Nederland de brief bezorgd moet worden. Ook wordt hier de geldigheid van de postzegel gecontroleerd. De brief krijgt de bestemming van een tussenstation elders in het land en daar krijgt de postbode uiteindelijk de brief in handen. Die stapt op zijn fiets en zorgt dat de brief uiteindelijk bij het juiste adres wordt afgeleverd. Of de juiste persoon uiteindelijk de brief leest kan de postbode niet weten. Die levert af aan de voordeur en daar houdt het voor hem op.

Het afleveren van de brief kan op verschillende manieren. Hij kan door de brievenbus in de deur meteen veilig op de mat landen, in een postbus op het postkantoor of in een brievenbus aan de oprit van uw huis. Laten we er van uitgaan dat ie in de brievenbus aan de oprit van uw huis wordt bezorgd. U loopt dus 's-ochtends in uw ochtendjas naar die brievenbus, en gebruikt de sleutel om de brievenbus open te maken en de post er uit te halen. Eenmaal binnen sorteert u de post: reclame, ongeadresseerde post en per ontvanger (vrouw, dochter, kind, au-pair, etc). De post voor uzelf maakt u open op basis van prioriteit: wellicht laat uw de bank afschriften links liggen en opent u een brief uit Amerika van uw pen vriendin als eerste. 

Nou, nou denkt u wellicht. Dat wist ik allemaal al. Maar door het zo in deze blog op te schrijven kan ik er straks makkelijker aan refereren. Resumerend nog even wat je nodig hebt om via een brief een boodschap over te brengen:

  • papier
  • pen
  • de inhoud ('wat voor informatie je wilt overbrengen')
  • de juiste taal waarin u de inhoud overbrengt
  • u moet kunnen schrijven
  • de ontvanger moet kunnen lezen
  • envelop
  • postzegel
  • vervoermiddel naar de brievenbus om de brief af te leveren
  • postbezorgbedrijf (het bedrijf en de mensen)
  • postsorteer centra (de gebouwen)
  • infrastructuur tussen de postsorteer centra
  • postbode
  • brievenbus aan uw huis
  • een weg naar uw brievenbus
  • wellicht een ochtendjas....

Al met al toch iets meer dan u op het eerste gezicht zou denken. Dan gaan we eens kijken naar een face-to-face gesprek: twee personen die elkaar kunnen zien en aanraken in dezelfde ruimte. 

Het face-to-face gesprek

Voor het voeren van een face-to-face gesprek is ook op het eerste gezicht niet zoveel nodig. Het is immers niet meer dan gezellig met elkaar een praatje maken. Echter, als we ook hier weer de zaken onder de loep nemen volgt er een redelijke lijst. Immers, als ik praat moet de ander het wel kunnen horen. Er is dus iets meer voor nodig dan alleen kunnen zien. Als de een achter een geluidsdichte glaswand staat dan is het 'elkaar zien' wel op orde, maar is er geen geluid. Uitgaande van het feit dat de meeste mensen niet kunnen liplezen, zal er nauwelijks sprake zijn van een echt gesprek. Zelfs als we elkaar kunnen horen kan er nog het nodige mis gaan. Spreken we wel dezelfde taal. Spreekt de een niet Engels en de ander Nederlands? En zelfs als we dezelfde officiele taal spreken, dan kan er een probleem zijn met de 'versie': regionale verschillen of verschillen ontstaan door de tijd. Wie kan er nog de taal van middeleeuws Nederlands lezen, schrijven en spreken?

Een beetje flauw, maar niet onbelangrijke randvoorwaarde is wel dat de ontvangende partij wel in de luisterstand moet staan. Immers, als de ander zit te lezen (bijvoorbeeld)  dan kunnen we elkaar wel zien, we spreken dezelfde taal en er zijn geen fysieke obstakels qua geluid, maar de ander wil gewoon niet luisteren. Er is dus het aspect van aandacht: de andere partij moet met mij wíllen communiceren. Resumerend:

  • je moet elkaar kunnen zien
  • geen fysieke beperkingen voor het overbrengen van geluid
  • dezelfde taal & idioom
  • luisteraar moet aandacht hebben voor degene die praat

Een telefoongesprek voeren

Ondertussen bent u redelijk bedreven in het uitpluizen van de randvoorwaarden voor communicatie tussen mensen, dus voor het voeren van een telefoongesprek kunnen we er snel doorheen. Er zijn leuke aspecten te vinden die zich laten gebruiken later voor de analogie met hoe computers communiceren. We gaan even uit van de situatie in de jaren 60 of 70 toen er alleen nog fysieke telefoonlijnen waren. Om te zien hoe de telefooncentrale werkt kun je overigens terecht bij het museum HEIM in Hengelo. Die hebben een telefooncentrale uit de jaren 60 staan én mensen die zo'n ding ooit bediend hebben en je kunnen laten zien hoe dat werkt. Leuk!

Om een telefoongesprek te kunnen voeren liggen er weer een aantal zaken voor de hand. Je moet in ieder geval beiden een telefoon hebben en je moet elkaars nummer weten. Vervolgens moet de ander (net als bij een face-to-face gesprek) wel beschikbaar zijn om mee te praten: men moet thuis zijn en de telefoon horen rinkelen (ja zo ging dat vroeger). Dus als je op zolder stond te stofzuigen liep je de kans dat je de telefoon in de woonkamer niet kon horen. Het was zelfs zo erg dat als je klaar was met stofzuigen je helemaal niet wist dat je een gesprek had gemist! Degene die belt hoort ondertussen een regelmatig terugkerend signaal om hem te informeren dat de verbinding tot stand is gebracht maar dat er nog niet gesproken kan worden. 

Als je ging bellen hoorde je de kiestoon, kies je het nummer van de ander en vervolgens ging de telefooncentrale de verbinding opzetten. Dat kon allemaal omdat de telefoon een compleet eigen stroomvoorziening had. Heel handig voor als de stroom uitgevallen was: je kon dan nog wel bellen! Als het gesprek eenmaal tot stand was gekomen onstaan veel gelijkenissen met het face-to-face gesprek: je moet dezelfde taal kunnen spreken en er moeten niet teveel hinderende geluiden zijn. Als je doorgaat met stofzuigen of de radio staat op 10 terwijl je belt is het gesprek niet echt verstaanbaar.

Opvallend bij het telefoongesprek is dat er al gebruik wordt gemaakt van foutcodes en signalen dat het gesprek beeindigd is. Je hoorde bijvoorbeeld een ander signaal als de ander al bezet was ('in gesprek') of je een fout nummer had gekozen. Het einde van een gesprek was ook luid en duidelijk: je hoorde dan nog een ander toon signaal. Is er bij face-to-face gesprekken nog wel eens onduidelijkheid of het gesprek nu ten einde is, bij een telefoongesprek kun je eenzijdig het gesprek beeindigen door de verbinding te verbreken.

Een belangrijk aspect van de telefonie destijds was dat je een aansluiting ook betekende dat je een abbonement had bij destijds de PTT: die zorgde er voor dat je kon bellen en dat er twee maandelijks een rekening op de mat viel. Maar ze zorgden ook voor de kabel die van de wijkkast naar jouw huis liep, en dat je een telefoon kreeg (met draaischijf). 

Resumerend:

  • een telefoon
  • het telefoonnummer van de ander en begrip hoe je nummers gebruikt
  • een telefoon aansluiting in je huis
  • infrastructuur naar de telefooncentrale
  • een abbonement bij de PTT
  • de ander moet thuis zijn op het adres waar je belt
  • de ander moet de telefoon kunnen horen
  • dezelfde taal spreken
  • geen hinderende geluiden
  • signalering dat de verbinding tot stand is gekomen
  • er wordt gebruik gemaakt van signalen voor fouten en einde gesprek

Communiceren met signalen op afstand

Lang voordat er telefoons waren had men al uitgedokterd hoe je informatie snel over grote afstanden kon overbrengen. De bekendste zijn natuurlijk de rooksignalen van de indianen. Later kwamen er msignaalposten met vlaggen of stokken die in een bepaalde positie gezet konden worden. Leuk detail is dat er bij die signaalposten al virussen bekend waren: men kon de taal die gesproken werd misbruiken om geheime informatie te vervuilen. Nog later werd de bekend morsecode uitgevonden die we vooral kennen als radiosignalen. Maar op zee werden ze ook veel gebruikt met lampen: een lantaarn met lamellen die snel open en dicht gedaan konden worden zodat je makkelijk een aan en uit situatie gemaakt kon worden.

Wat is er nodig om op deze manier met elkaar te communiceren? Je moet van tevoren in ieder geval afspraken maken over wat een bepaald signaal betekent. Tenzij je kunt liplezen met een verrekijker, is de gewone (bijv. nederlandse) taal vrijwel onbruikbaar. Dus moet je de taal coderen en zorgen dat iedereen dezelfde codes gebruikt. Een ander erg belangrijk aspect is dat je weet wanneer de 'uitzending' begint. Stel dat je een kort bericht als 'NIET AANVALLEN' wilt versturen en de ontvangende partij zit niet op te letten. Dan mist hij bijvoorbeeld het begin en denkt dat hij ET moet aanvallen (bij mensen boven de 30 bekend als Extra Terrestrial van de Stephen Spielberg film) of dat je dus moet 'AANVALLEN'. Zelfs als je afspreekt dat het begin van de uitzending altijd met 'ZZZZZ´ begint moet je nog zeker weten dat de ander het begin signaal ook heeft gezien. Toch? In het engels noemen ze dat vaak een handshake: men schud elkaar op afstand te hand om aan te geven dat je kunt beginnen met zenden. Ook kan het handig zijn om af te spreken wanneer het uitzenden gestopt is. 

Voor de rest lijkt het weer veel op het fysieke aspect van face-to-face communiceren: je moet elkaar kunnen zien. De signaalposten stonden vaak op hooggelegen punten, of waren zelf hoog. Op zee moet je zorgen dat je de lamp van de ander wel kan zien. Resumerend:

  • een middel om signalen te verzenden (lamp of rokend vuurtje)
  • je moet het signaal kunnen zien
  • dezelfde codes gebruiken
  • afspreken hoe je weet dat de uitzendig gestart en gestopt is

Communicatie: hoe en wat

Als je de eenvoudige voorbeelden uit de vorige hoofdstukken bekijkt, dan zie je een patroon ontstaan. Steeds zijn er terugkerende onderdelen al zijn ze misschien niet voor de hand liggend. Daarom proberen we nu alles samen te nemen en wat algemenere namen te geven.

Allereerst heb je met communicatie dus minimaal één zender en één ontvanger. Bij de one-man-show in het theater zijn er veel ontvangers en één zender; bij een telefoongesprek is het normaliter één op één. Deze zender en ontvanger hebben iets nodig waarover de informatie verzonden kan worden. We noemen dat het 'medium'; dat komt uit het Latijns en betekent 'in het midden'. Een paar bekende zijn : 

  • lucht
  • water
  • koperkabel
  • vacuum

Door de lucht is het mogelijk om geluid (spraak) te verplaatsen door de lucht te laten trillen. Zie dit als het gooien van een steen in een meertje: je krijgt trillingen in het water die zich cirkelvormig verplaatsen (zie afbeelding rechts); dat noemen we dan golven. Je kunt de lucht op dezelfde manier laten trillen en verplaatsen door je mond en tong te gebruiken. Daarom kun je ook geluid maken door alleen te blazen en hoor je de wind waaien: je oor herkent verplaatsing van lucht.

In het water lukt het ook prima om geluid te verplaatsen, al zijn bijvoorbeeld walvissen daar beter in dan mensen. Door de koperkabel kunnen we bellen. In het vacuum kan licht zich verplaatsen. Nu we weten dat er iets nodig is om de informatie te verplaatsen van zender naar ontvanger (het medium) komen we automatisch op het punt van hoe je die informatie in dat medium stopt en een zetje geeft zodat het naar de ander toe gaat. Bij spraak is dat gemakkelijk na te gaan. De informatie ontstaat in ons brein en wordt omgezet door onze mond in geluid. Het maken van het geluid zorgt voor geluidsgolven die door de lucht reizen en zo anderen kunnen bereiken. Onze mond kan redelijk gericht geluid sturen, maar de geluidsgolven verplaatsen zich niet in een rechte lijn en zijn daardoor vaak ook hoorbaar voor anderen. 

Als het geluid het oor van een ander bereikt dan zorgt het oor er uiteindelijk voor dat ons brein van deze geluidsgolven weer iets maakt wat wij begrijpen. Kortom, om het medium te gebruiken heb je twee soorten apparaten nodig:

  • een omvormer om mee te zenden
  • een omvormen om mee te ontvangen

Bij spraak is overduidelijk dat de mond en het oor twee totaal verschillende "apparaten" zijn. Er zit nog een klein aspect in de koppeling tussen medium en apparaat dat je bijna zou vergeten: ons brein vormt de gedachte, maar zorgt ook tegelijk voor het aansturen van de mond. Je hebt dus iets nodig dat het apparaat aanstuurt om de informatie (mijn uit te spreken gedachte) van gedachte om te zetten naar geluidsgolven. Je tong en mond kunnen dat eenvoudig niet zelfstandig: zonder brein zijn het hulpeloze spieren. Je kunt het brein dus als verwerkingseenheid zien. In het kader van deze analogie splitsen we het brein dus even in twee delen:

  • het gedeelte dat woorden en gedachten vormt
  • het gedeelte dat deze woorden en gedachten naar de mond stuurt om ze om te laten zetten tot geluidsgolven.

Handig zo'n brein! 

Bij het bellen via een koperdraad is de parallel nu snel gemaakt. Je praat in de microfoon en je luistert via de luidspreker. Eigenlijk zitten er bij het telefoneren twee zenders achter elkaar en bij de ontvanger zitten er twee ontvangers achter elkaar. Een stukje electronica in de telefoon zorgt er voor dat de trillingen die de microfoon opvangt omgezet worden in electrische signalen. En daar herkennen we weer de verwerkingseenheid zoals het brein dat doet voor onze mond.

Je zou het als volgt achter elkaar kunnen zetten:

  • Gedachte >  Mond > Lucht > Microfoon > Koperdraad > Luidspreker > Lucht > Oor >  Begrepen gedachten

En als we dat omzetten in de concepten dan krijgen we 

  • Informatie >  zendende omvormer > medium > ontvangende omvormer > medium > zendende omvormer > medium > ontvangende omvormer > informatie

De aansturing zit er als een soort laag overheen om de omvormers aan te sturen zodat de ontvangen informatie klaar gemaakt wordt in het juiste vorm om deze in het volgende medium te stoppen. We hebben dus steeds een combinatie van

  • omvormer (zenden/ontvangen)
  • medium
  • omvormer (zenden/ontvangen)

Deze kun je in wezen oneindig aan elkaar knopen. En we zullen later zien het in de wereld van computers ook veel gebeurt. Wie kent niet het spelletje waarbij je in een kring een woord rondfluistert in de hoop dat je aan het einde hetzelfde woord er uit krijgt? Een prachtig voorbeeld van het aan elkaar schakelen van zender, medium en ontvanger.

Informatie verwerken

Zoals gezegd is de verwerkingseenheid het brien achter de omzetting van de binnengekomen informatie naar de volgende stap. Je kunt de verwerking weer in twee delen splitsen:

  • verwerking van de binnen gekomen informatie uit het medium via de ontvangende omvormer
  • het omvormen van informatie zodat deze in het medium gestopt kan worden

In het voorbeeld van spraak gaat het steeds om geluidsgolven. Als je het eens goed bekijkt, dan is het eigenlijk een klein wonder dat de gedachten die we hebben zo mooi kunnen omvormen tot verstaanbare geluidsgolven. Maar als deze onze mond verlaten hebben en een microfoon bereiken, dan vind een compleet andere verwerking plaats. Met dank aan Thomas Edison en David Hughes konden we spraak, muziek en alles wat geluid maakt omzetten in electrische signalen. Je kon deze signalen ineens versturen (telefonie) of vastleggen (grammofoon) of versterken (live optredens). 

Die electrische signalen en geluidsgolven volgen bepaalde regels, die we kunnen opschrijven, leren en gebruiken om zo het signaal te gebruiken en het terug om te zetten naar wat er oorspronkelijk was. Voor spraak lijkt dat wat overdreven maar we hebben vroeger allemaal moeten leren wat die rare klanken van onze vader en moeder toch betekenden. Onze oren zetten de geluidsgolven wel om in iets wat ons brein als "geluid", maar wat we daar mee moesten doen als pasgeborenen is een lang leerproces geweest. Op latere leeftijd ervaren we deze frustratie opnieuw als we verplicht een nieuwe taal als Frans, Duits en Engels leren op de middelbare school. 

Op deze manier kijkend naar de geluidsgolven of electrische signalen van de microfoon kun je het opbreken in meerdere onderdelen:

  1. de vorm van het signaal 
  2. de informatie in het signaal
  3. de interpretatie van de informatie

Als we terugkijken naar het blazen van de wind in je oor, dan is de vorm van het signaal de constante toevoer van lucht naar je oor. De informatie die daar in zit is bijvoorbeeld "een constante hoge toon". Ons brein geeft daar de betekenis "het waait in mijn oor" aan. Als iemand het woord "hallo!" roept in jouw richting dan krijg je een complexe geluidsgolf (zie afbeelding rechts)  binnen bij je oor, waar je brein vervolgens het woord "Hallo!" van maakt (als alles goed gaat). En daar op volgt weer de interpretatie "hij/zij groet mij". 

Bij het maken van een ketting is het niet altijd nodig dat een verwerkingseenheid de tweede en derde laag gebruikt. Immers, een microfoon en de electronica daar achter houdt zich niet echt bezig met de informatie in het signaal maar doet een directe omzetting. Bij het fluisterspelletje in de kring is deze omzetting wel steeds aan de orde: we moeten het woord begrijpen alvorens we het weer kunnen doorfluisteren.

Protocol

De afspraken die we maken over wat de vorm van het signaal betekent voor de ontvangende partij, en hoe het verzonden dient te worden kunnen we dus opschrijven. Laten we eens kijken hoe dat werkt. In de vorige afbeelding (die met die blauwe lijnen) kun je bekijken als afbeelding: je ziet een grijze achtergrond met blauwe verticale lijnen die gecentreerd zijn rondom een horizontale lijn. Eerst worden de lijnen steeds hoger, waarna ze een tijdje gemiddeld van lengte zijn en dan tot nul vervallen. Leuk, maar niet te vergelijken met Rembrandt's Nachtwacht zult u denken. Dus wat stelt dit nu wel voor? Het is een afbeelding van de electrische signalen die mijn microfoon van de computer heeft omgezet naar een lijnen patroon toen ik het woord 'Hallo' uitsprak (de mensen die vroeger een oscilloscoop gebruikten zullen dit herkennen).

Mijn oren herkennen dit als het woord 'hallo' en mijn brein wist hoe het mijn mond moest aansturen om te zorgen dat het woord 'over mijn lippen' kwam. Ik heb dat dus moeten leren. De programmeur van het programma (Audacity) dat ik gebruikte heeft ook kennis van hoe de microfoon werkt en de electrische signalen daarvan afgebeeld kunnen worden als verticale lijnen. Als ik een spraakherkennings programma had gebruikt, dan was het waarschijnlijk ook gelukt om het woord 'hallo' op mijn beeldscherm te krijgen. De mensen die een versterker bouwen om de zangeres bij een live optreden beter hoorbaar te maken, weten welk electrisch signaal de microfoon produceert en hoe ze dat weer moeten omzetten is exact hetzelfde geluid maar dan harder (de lijnen in de grafiek worden dan hoger gemaakt).

We zouden dus een encyclopedie kunnen maken met alle woorden in de Nederlandse taal,  afgebeeld zoals in de vorige afbeelding. Dan hebben we een beeldenverzameling van onze taal. Waarschijnlijk kun je je baby daar niet mee leren hoe de nederlandse taal werkt dus is het redelijk nutteloos. Maar het gaat er om dat je dus op verschillende manieren de taal kan vastleggen:

  1. geschreven in een woordenboek
  2. afbeeldingen van de electrische signalen als je ze opneemt
  3. videos van lipbewegingen van elk woord
  4. CD's vol met opnamen van alle nederlandse woorden

Etcetera. Met de derde manier kun je bijvoorbeeld leren liplezen, met de vierde kun je een nieuwe taal leren spreken en met de tweede zou je een computer kunnen leren hoe je spraak herkent. Allemaal nuttig dus! Maar wat is de toegevoegde waarde van deze voorbeelden? We noemen de manier van hoe signalen omgezet en geinterpreteerd moeten worden tezamen wel het 'protocol'. Hier in kun je bijvoorbeeld beschreven:

  • wat de vorm van het signaal is (licht, trillingen in water of lucht, electronisch etc)
  • met welke vorm(en) start of stopt het signaal
  • hoe je het signaal moet omvormen om de oorspronkelijke informatie te krijgen
  • wat de informatie betekent
  • hoe je fouten kunt herkennen
  • hoe je fouten kunt herstellen
  • etc

Als het protocol voldoende duidelijk is kan iedereen er mee aan de slag. Daarom kunnen we met elkaar een face-to-face gesprek voeren, telefoneren, faxen, mailen etc etc. 

Wat wel en niet werkt

Inmiddels zijn we zo gewend aan 'wat werkt' en 'wat niet', dat we bijna vergeten dat we eigenlijk het protocol naleven dat hoort bij de communicatie die we inzetten. Tijdens een face-to-face gesprek is het mogelijk om

  • het volume aan te passen (schreeuwen of fluisteren)
  • een foto te laten zien van de vakantie
  • dingen aan te wijzen

 

Terwijl als we telefoneren heeft wijzen en een foto tonen niet zoveel zin. Vroeger zat er namelijk geen camera in je bakkelieten telefoon met draaischijf. Die foto kun je echter wel weer versturen met een fax. Ook dat hebben we moeten leren: je moest namelijk vaak een ander nummer draaien om te kunnen faxen naar dezelfde persoon als je net aan de lijn had. En je had een ander apparaat nodig (omvormer met verwerkingseenheid). De fax gebruikt een andere omvormer: één die licht van de foto omzet naar electrische signalen en die via dezelfde koperkabel als je telefoon verstuurt. Je ziet hier al het verschijnsel dat je via hetzelfde medium dus best andere signalen kunt sturen, maar dat ze anders geinterpreteerd moeten worden. Vroeger kreeg je nog wel eens een fax 'aan de telefoon' omdat iemand het verkeerde nummer had gedraaid. Je hoorde dan wat de fax met die foto had gedaan: hij het de afbeelding omgezet in een serie piepjes en knerpende geluiden die voor jou als mens van vlees en bloed geen betekenis hebben. Maar als je die zelfde piepjes aan de fax voert krijg je de vakantie kiekjes van je vriendin te zien.