blogheader
Zakelijke zaken
Zakelijk & ICT
 

Een terugblik op de wereld van ICT

Door te melden op LinkedIn dat ik docent ga worden krijg je een leuk beeld van het gebruik van social media. Door een link naar deze blog te maken kun je op Google Analytics ook nog eens mooi zien of mensen je artikeltje lezen en hoe lang ze blijven hangen. Eén van de reacties van een mede oud-student was dat het inmiddels 28 jaar geleden is dat we aan de opleiding begonnen. Tijd voor jeugdsentiment dus. Hier wat ontwikkelingen en anekdotes uit mijn wereld van computing power en software ontwikkeling. 

Portable Power met de Casio PB200

Mijn eerste echte programmeerbare computer was een veredelde rekenmachine van Casio met 2.3Kb geheugen en een HD61913A01 processor. Je had één regel display met 12 posities en kon ongeveer 1568 "stappen" programmeren in een basic achtige taal. Er waren grappige spelletjes op te maken maar de machine was vooral bedoeld om complexe berekeningen te kunnen doen. Toch leerde ik hier mijn eerste FOR-lus en dergelijke. 

Je kon zelfs het apparaat aansluiten op een casettedeck om je programma's veilig te stellen. Dat moest via een apart aan te schaffen dockingstation die we natuurlijk ook meteen kochten. Het ding kwam in een keurige nepleren hoesje waardoor hij ook mooi mee naar school kon. Bijvoorbeeld om je natuurkunde formules in op te slaan en door te rekenen. Reuze handig!

De Z80 processor

Mijn ICT carriere begon thuis en op school met de Z80 processor. Deze was onder andere te vinden in de Schneider en MSX computers. Onze eerste MSX computer deed thuis zijn intrede op de kerst toen ik (volgens mij) 15 jaar was. We gingen natuurlijk meteen aan de slag met basic programmeren en games spelen. Met de oude vertrouwde cassette recorder kon je je werk veiligstellen en weer ophalen. Niks geen floppies of USB Sticks. Gewoon geduld hebben om na 5 minuten wachten verder te kunnen met je werk. 

Al snel schakelden mijn programmeur vriend en ik over op machine taal (mnemonics) die we dan door een compiler haalden en zo geregeld onze computer lieten vastlopen. Deze taal hadden we op school geleerd op de vrijdag middag van onze wiskunde leraar. Op een computer die meer leek op een toetsenbord met ingebouwde tape-deck genaamd Schneider Amstrad CPC. Deze Amstrad had dezelfde Z80 processor en dus dezelfde instructie set.

We maakten de gekste dingen in machine taal en kochten zelfs het MSX ROM BIOS handboek zodat we echt álles wisten van onze computer. Vrienden met échte durf hanteerden zelfs de soldeerbout. Wij maakten een 'MSX Monitor' waarmee we in de achtergrond konden meekijken in het geheugen en zo spelletjes probeerden te hacken. Dan ontdekten we met de 'Memory compare' functie van onze monitor waar de levens opgeslagen waren om die vervolgens op 99 te zetten. Wel in BCD notatie he! 

We deden zelfs mee met een heuse programmeerwedstrijd die begon in de bibliotheek van Leeuwarden en eindigde in het MECC in maastricht. Ik deed mee met mijn 'Character Editor' en mijn broer met een zelf gemaakt platform game met prima graphics (nooit mijn sterke kant geweest overigens). Ik mocht zowaar door naar de finale in Maastricht waar het nerd-gehalte spectaculair was. Daar konden we duidelijk niet tegen op, en ik ging samen met mijn vriend naar huis met slechts een pak printerpapier (kettingpapier zonder zebra regels). 

Wel liepen we op dat evenement tegen mensen aan die wel brood zagen in onze MSX Monitor die dus in machinetaal was geschreven. Waarom dat uiteindelijk nooit iets is geworden is mij inmiddels volledig ontschoten.

De eerste IBM PC

Tegen de tijd dat het VWO-diploma in zicht kwam werd het tijd voor een betere computer. We schrijven inmiddels 1987. Via mijn oom die bij V&D werkte kochten we voordelig een Vendex Headstart met twee 5,25" floppy drives, een 8088 processor en een handvol geheugen (ik vermoed 512KB). Het opstarten ging van floppy. Dus je had wel een kip-ei probleem als je floppy met het Operating Systeem (DOS 4 waarschijnlijk) kapot ging. Ook daar gingen we meteen aan de slag met programmeren en gamen. Wel gingen we terug van een kleuren computer naar een monochrome uitvoer. In die tijd betekende dat vaak groenbeeld monitoren die lekker veel licht gaven en de neiging hadden om in te branden (het effect dat zelfs als het scherm leeg was je nog letters leek te zien).

Deze machine draaide op een chip waar de snelheid nog in MHz werd aangeduid, en dan vaak nog in cijfers van 1 getal voor de komma: 4,77Mhz. Antiek dus. Als je lef had wipte je deze chip er uit en zette je er een V20 in die sneller was. Destijds zaten die chips nog niet in een ZIF-socket en moest je dus echt met een speciale tang of schroevendraaier die dingen er uit wippen en zien dat je de kostbare nieuwe chip er in één keer recht inschoof anders waren je pootjes krom.

Het vervolg: de x86 serie

Na de 8088 kwamen in rap tempo de opvolgers. De eerste 8086 kwam in huis, later gevolgd door de 80286 die ik van een docent van de HIO overnam. Zowaar 2MB geheugen en 3,5" floppy. Verder kwam er een "paperwhite" scherm bij in plaats van een groenbeeld monitor. Eenmaal uitgestudeerd was het tijd voor de opvolger: de eerste 80386 met kleurenscherm van Vobis Computers uit Leeuwarden. Dat kostte destijds een bruto maandsalaris (maar dan dus netto!) en was een rib uit je lijf. Soms kon je via een "PC Privé" projecten dergelijke bedragen bruto/netto afbetalen met je salaris. We stapten daarmee over naar de mogelijkheid om 32bits applicaties te bouwen en uit te voeren. Met meer geheugen werd het helemaal een feest. Maar let wel: 16MB geheugen kostte destijds in 1993 nog wel fl. 1600,- (dat is grofweg één maandsalaris netto destijds). En we praten nog steed over klokfrequenties van rond de 40MHz! En er zat waarschijnlijk zelfs een echte harde schijf in, waarvan de omvang nog in MB's werd uitgedrukt. 

De Pentium bug

 Na de 80386 kwam de 80486 op het bureau en werd op het werk (IKM Engineering in Gouda) de eerste Pentium (80586) aangeschaft. En daar bleek een fout in te zitten. Dat betekende daadwerkelijk dat je de CPU uit de computer moest vissen, opsturen, formulier en vullen en wachten op de nieuwe. Uniek. We schrijven inmiddels 1994. En nog steeds zitten we met de CPU snelheden onder de 500Mhz, is 8MB geheugen al erg veel en netwerken we nog vooral met Novell, IPX en bestond er nauwelijks internet.

Software bouwen en klanten

Totdat ik aan het werk ging waren de programmeer opdrachten vooral academisch van aard en zat je thuis wat te hobby-en met een project waar waarschijnlijk nooit iemand anders dan jij zelf gebruik van zou maken. Eenmaal aan het werk was dat wel anders. Met een stevige dosis voorbereiding van de HIO gingen we het veld van informatie analyse te lijft. Op de opleiding hadden we daar diverse vakken voor:

  • Informatie Analyse (volgens NIAM) en Systeem Ontwerp
  • Einde jaars projecten waar je moest samenwerken
  • Programma Ontwerp
  • Informatiesystemen en database ontwerp
  • Ondersteunende vakken en communicatieve vaardigheden

Met de einde jaars projecten waren we bijv. 6 tot 12 weken aan het werk met één grote opdracht in een team van 4-6 mensen. De projecten waren:

  • eerste jaar: bouw de kieswet na. Je krijgt van ons het aantal stemmen per kiesdistrict en jij moet de indeling van de 2e kamer bepalen
  • tweede jaar: bouw een melkfabriek met lopende banden, liften en opslag die op 2 platformen (IBM + Atari) kon draaien. Je krijgt van ons een bestelling en moet aantonen dat die foutloos uitgeleverd wordt
  • derde jaar: bouw een cruise control die realtime reageert op invloeden van buitenaf. Je kunt bij de docent de specificaties ophalen
  • vierde jaar: bouw een NIAM applicatie met database, natuurlijke taal invoer en grafische weergave. Elk team krijgt één deelproduct dat uiteindelijk moet samenwerken als één applicatie

Je ziet hier in de opbouw twee zaken. Ten eerste de mate van specificaties van de opdracht. De kieswet is maar voor één uitleg vatbaar, al is dat niet eenvoudig. Het bouwen van het NIAM landschap was zo ruim opgezet dat eigenlijk alleen duidelijk was dat de combinatie van producten één geheel moest vormen. Ten tweede de opzet van de teams. Eerst waren we allemaal programmeur en vochten we intern om de beste oplossing. Bij het laatste project werd er een roulerende projectleider aangewezen die wekelijks om de tafel ging met de docenten die als opdrachtgever en begeleider fungeerde. Verder moesten we interfaces en deadlines afstemmen met de andere teams. 

Leuk detail is dat één van de studiegenoten uiteindelijk daadwerkelijk gewerkt heeft aan het opzetten van de software van een melkfabriek.

Op mijn stage bij AT&T in Hilversum en mijn afstudeerdproject bij de CHNN (Christelijke Hogeschool Noord-Nederland, tegenwoordig Stenden) werd al duidelijk dat de echte wereld niet veel gestructureerder werkten dan wij als studenten bij deze grote opdrachten. Zo bouwden ik met een andere stagair voor AT&T verder op een planningstool. Samen met onze stage opdrachtgever werkten we aan het grafische module om bijv. blokkades te kunnen opgeven in verband met overwerk. Trots presenteerden wij onze prestaties aan het team dat deze gegevens moest gaan invoeren. We stuitten echter op behoorlijke weerstand: het team was helemaal niet van plan om dergelijke informatie af te staan omdat ze helemaal niet van plan waren om structureel over te werken. 

Bij mijn afstudeeropdracht maakte ik een zeer eenvoudige applicatie om de voortgang van afstudeerders en stagiaires van de afdeling "Gedrag & Maatschappij" op de CHNN te kunnen bijhouden. Ook dat ging zeer moeizaam. Men was meer bezig met het vak Drama dan digitalisering: boven op de computer monitor stond de ouderwetse typemachine waarop het stage verslag werd getypt. 

Kortom: het verzamelen van goede requirements en een indruk van "wie is de eindgebruiker" was in de echte wereld een behoorlijke kluif. 

Unix, NeXT en Mini

Iets wat destijds redelijk academisch van aard leek was de Unix wereld. Van Linux hadden we nog nooit gehoord trouwens. Maar op de HIO opleiding maakten we gebruik van het NeXT systeem en een Prime computer. Eigenlijk hadden we geen idee wat die Prime nu eigenlijk was. Blijkbaar was het een 'mini'. Je moest er op inloggen met een terminal emulator en dan konden we werken met Oracle (SQL en Forms). En heel belangrijk: je kon daar e-mailen. Dus wij stuurden e-mails naar Majordomo mailing list (Usenet) om te kijken welke headers er waren in bepaalde nieuwsgroepen. Want er waren nog nauwelijks (normale) mensen die e-mail konden ontvangen. 

Daarnaast kregen we les in Unix: shell programming, sed, awk, grep en i-nodes. Ook toen was ik al onder de indruk van dat systeem, vooral omdat ik op mijn stage opdracht daar ook mee mocht werken. Daar hadden ze al grote schermen (21") met een grafische omgeving binnen de Sun Sparc machines. En er werd nog afgerekend in CPU-cycles..... Maar op school hadden wij NeXT. Slechts weinig mensen weten dat toen Steve Jobs stopte bij Apple hij een nieuwe computersysteem ging verkopen genaamd NeXT.  Voor ons op het bureau stond een pizzadoos met een zwart-wit beeldscherm er op met muis en toetsenbord. Met de programmeertaal "Objective C" maakten we de eerste echte grafische applicaties en konden we een netwerk benutten om berichten tussen applicaties uit te wisselen. Saillant detail is dat de NeXT de allereerste wereldwijde computer was die als webserver fungeerde op het World Wide Weg dat destijds in ontwikkeling was. 

Het mooie van deze programmeertaal Objective C is dat alles een object is, en je dus eigenlijk niet meer na hoeft te denken hoe je met pointers en zo omgaat. Zelfs een Integer was een object. Ideaal. Een van de studiegenoten heeft later veel werk verzet voor de metro's van Rotterdam die van dit computerplatform gebruik maakten. 

Tegenwoordig ben ik groot Linux fan en zijn de prive computers thuis op één na allemaal Debian based GNU/Linux:

  • server met Ubuntu (Unity) 16.04 LTS
  • Laptop met Ubuntu Mate 16.04 LTS 
  • Desktop met Lubuntu 16.04 LTS
  • RaspberryPi 1B (2x) met Debian Jessie
  • RaspberryPi 2B met OpenElec
  • RaspberryPi 3b met Debian Jessie

En wat doen die dingen zoal:

  • GIT-repository voor al mijn websites
  • MySQL & Apache server
  • LDAP Server (voor authenticatie/autorisatie van Apache en OAuth integratie met GoogleContacts)
  • MPD-server
  • Kodi
  • werkstations voor huiswerk en website development
  • Virtual Box voor virtuele machines (Windows & Debian speeltuinen)
  • NAS (Samba) & Backup (o.a. richting StackStorage van IPTrans) via cron & rsync

Om te zorgen dat ik op mijn zakelijke Windows machine ook gebruik kan maken van een Bash-shell moet ik op Windows 7 nog uitwijken naar Cygwin. En ja, je kunt daar zelfs een light-weight grafische desktop krijgen. Wat ik dan weer optimaal jeugdsentiment vind is dat ik de NeXT window manager kan gebruiken die ik dus 25 jaar geleden op de opleiding op mijn scherm had staan. Niet omdat het nodig is (je hebt immers al Windows als grafische omgeving), maar gewoon omdat het kan. 

Maar het goede nieuws is dat je op Windows 10 inmiddels netjes een Bash-shell aan kan zetten. Daarmee kunnen we eindelijk ook in de zakelijke omgeving met grep, awk, sed en dergelijke aan de slag om grote files te processen. 

Side note: inmiddels hebben we op Ubuntu ook toegestaan dat we Microsoft Powershell kunnen doen. Of ik daar nu gelukkig van moet worden weet ik nog niet, maar ik heb het wel eens geinstalleerd om te kijken hoe dat werkt. En ook MS SQL Server draait inmiddels netjes op Ubuntu zonder Wine en andere vervuilende lagen. De cross-over tussen Microsoft en Linux lijkt dus de eerste serieuze stappen gezet te hebben. 

Conclusies

Ik kreeg op mijn 15e jaar de eerste computer op mijn bureau. Nu ruim 30 jaar later hebben we machines in onze broekzak zitten met 4x zoveel cores, 500x meer geheugen, 500x snellere processoren en bijna oneindig meer opslag (ik heb er 32GB in zitten). Mijn laptop en thuiscomputer zijn nog erger: van 2MHz naar 3,2GHz: 1500x sneller met 6x zoveel cores. Van 640Kb naar 8GB. Mijn grafische kaart heeft meer geheugen en rekenkracht dan mijn eerste computer.

En dat tegen een kostprijs die maar een fractie is. Waren we in 1990 nog 1200 gulden kwijt voor 16MB geheugen, tegenwoordig koop je voor € 100 nu 16GB geheugen. Dat is van fl75,- per MB naar €0,012 per MB. De omvang van de apparaten is ook vele malen kleiner. Verder zijn we bijna altijd met de hele wereld verbonden en hebben we inmiddels verbindingen naar huis van 1GBPS naar het internet en de baas zijn infrastructuur. Terwijl we vroeger met 56k6 modem inbelden op een telefoonlijn en dus vervolgens de halve avond niet telefonisch bereikbaar waren. Dat zijn technologisch gezien wel de grootste verschillen. 

Op het gebied van software ontwikkeling zien we de 4e generatie talen opdoemen waarmee je meer grafisch kan modelleren. Ondertussen zien we steeds meer embedded software zoals Android op je TV en Linux op een reclamezuil of je HDD recorder. 

Ik vind het allemaal prachtig die nieuwe dingen, maar ben ook blij dat ik bij de basis ben begonnen. Ik weet tenminste wat een Bitwise-And operatie is, hoe je I/O-redirection doet en bouw mijn eigen PC (dat laatste wordt wel steeds lastiger om de juiste onderdelen bij elkaar te krijgen). Verder ken ik de principes van parameteroverdracht van functies, ken ik het verschil tussen een compiler en een interpreter (zoals Java) en kan ik soms zaken eenvoudig oplossen met reguliere expressies. Een natuurlijke nieuwsgierigheid hebben er voor gezorgd dat ik een website kan bouwen met Apache, PHP, MySQL en Javascript, snap hoe OAuth en SAML werken en hoe HTTP werkt. 

Gek genoeg ga ik dus nu aan het werk als docent Business & ICT waar de component techniek waarschijnlijk een stuk lager is dan in mijn dagelijkse werk en hobby. Ik ben benieuwd....

 

Published by Martin Molema (Webmaster),

En zo wordt je ineens docent

Er was eens een open dag

Begin februari 2017 was er open dag op de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL). Leuk voor aanstormend talent uit ons gezin om alvast eens rond te kijken wat er te koop is in onderwijsland wanneer je klaar bent met je VWO (in 2019). Dus aangemeld voor ICT en Chemische Technologie. Met enig jeugdsentiment gingen we op weg naar Leeuwarden. Kijken hoe het was op 'mijn oude opleiding'. Het oude gebouw waar ik destijds de HIO opleiding deed was inmiddels gesloopt. Na een verwarrende reis over de nieuwe toegangswegen voor en om Leeuwarden waren we keurig op tijd aan het Rengerspark waar de NHL tegenwoordig het gros van de opleidingen huisvest. 

Benieuwd hoe het er 25 jaar later aan toe ging stapten we vol verwachting het gebouw binnen. Een mooi gebouw dat voor mij nog lekker nieuw aanvoelt en bruist van de mensen die net als wij op zoek naar kennis over kennis! Na keurig opgevangen te zijn vonden we onze weg naar dat deel van het gebouw waar ICT zich duidelijk manifesteerde. Na een robotische spin ontweken te hebben (dat moet wel een leuk project zijn geweest om dat te maken als student) gingen we voorzichtig op zoek naar docenten en studenten die ons eens wat konden vertellen over de opleiding ICT. 

Al gauw raakten we in gesprek met een voor mij onbekende docent. Stiekem hoopte ik natuurlijk wat oud-bekenden tegen te komen. Na nog wat met een student te hebben staan praten die ons mooie eerste jaars programmeer opdrachten liet zien (waaronder een race spel natuurlijk), liepen we zowaar tegen een oud-bekende aan. Geen docent van mij destijds, maar van TIC (Technische Informatica en Computerkunde). Na een leuk weerzien en uitwisseling van 'de stand van zaken' rondom elkaars carrière was het tijd voor de voorlichtingsronde in één van de aangrenzende lokalen. Twee enthousiaste docenten waaronder de oud-bekende gaven een uur lang een enthousiast verhaal over de twee opleidingen rondom ICT: Software Engineering (mijn stek destijds) en Business & ICT. 

Natuurlijk kon ik niet laten om te vragen of er weer ruimte was om eens een gastcollege te houden. Na wat contact gegevens achtergelaten te hebben voor het afstemmen van dat gastcollege gingen we gauw door naar de volgende voorlichting van Chemische Technologie. Na deze (iets minder inspirerende) voorlichting hingen we nog wat rond bij het hoekje met Toegepaste Wiskunde studenten en aten een hapje. Omdat de voorlichting voor Toegepaste Wiskunde te lang wachten was gingen we toch nog eens rondkijken bij de ICT-vloer. En jawel, daar zaten ze dan: een oud docent en de voormalig systeembeheerder van de HIO. Het was een gezellig weerzien dat uiteindelijk ook over de toekomst van de ICT opleidingen ging: zorgen dat alle disciplines van het ICT werkveld in het eerste jaar op de NHL aangeboden konden worden in het eerste jaar.

En van het één kwam het ander: als ze gingen werven voor nieuwe docenten, zou ik dan ook willen solliciteren? Een hele verrassing maar stiekem wél iets wat ik al lang op mijn verlanglijstje heb staan. Niet gedacht dat een baan in het HBO daadwerkelijk in het verschiet zou liggen zei ik enigszins verbaasd dus 'Ja'. En zowaar zaten er 3 weken later 3 vacatures in mijn mailbox. Na de inhoud te hebben bekeken, het salaris te evalueren en de HBO CAO te hebben uitgespit vormde zich het idee om daadwerkelijk te gaan solliciteren.

Gastcollege of proefles?

Ondertussen was de planning voor het gastcollege al in volle gang, en waren we uitgekomen ergens in mei 2017. Best wel een eindje weg, maar het was druk. Eenmaal thuisgekomen van de open dag was mijn brein al in overdrive geschoten om het onderwerp en invulling van het gastcollege vorm te geven. Het onderwerp zou vallen binnen het security domein en gaan over het voordeel van token-based inloggen versus wachtwoorden en natuurlijk over het Diffie-Hellman protocol. Dat protocol behandelde ik ook in mijn eendaagse Identity & Access Management trainingen bij Enexis. Er zitten mooie verhalen achter met hoofdrolspelers als de Enigma machine en de vader van de computer Alain Thüring, en natuurlijk Bletchley Park (deze zoekterm móet je echt een keer in Google Search opzoeken!) waar alle knappe koppen op het gebied van cryptografie in Engeland tijdens en na de tweede wereld oorlog werkten. Maar goed, ik wijk af van de verhaallijn.

Om dit protocol uit te leggen is er een leuke werkvorm beschreven waar Alice (partij A) en Bob (partij B) via een open kanaal proberen een sleutel af te spreken die ze vervolgens kunnen gebruiken om de communicatie vervolgens mee te versleutelen. Het betreft een onbreekbare box, hangsloten met sleutels en een nieuwsgierige postbode. Leuk om de jeugd eens fysiek mee aan het werk te zetten. Dus nagedacht over

  • wat wil ik ze leren?
  • welke werkvorm past daar bij?
  • wie is mijn publiek?
  • wat heb ik daar voor nodig?
  • hoe deel ik mijn tijd in?
  • .... et cetera

Nodeloos te zeggen dat de open dag thuis nog lang doorging voordat ik rust in mijn kop en een (Open Office) document vol met door elkaar staande ideeën die grofweg in het bovenstaande lijstje pasten. 

Ondertussen was ik druk bezig om een motivatie te schrijven waarom ik dan zo nodig mijn leuke baan bij CGI/Enexis wilde verlaten voor het onderwijs, en te zorgen dat ik een overtuigende CV kon meesturen vol eigen lof over mijn opleidingskwaliteiten. Toen die eenmaal via de oneindige wegen van het internet naar mijn potentiële nieuwe werkgever onderweg was, begon het wachten. Het eerste dat de NHL echter van zich liet horen was niet van de sollicitatie commissie maar over het gastcollege. Op 4 april was er 'ineens' ruimte in de agenda voor mijn gastcollege. Wel wat kort dag, maar wellicht paste het in mijn agenda? Welja, de zakelijke agenda had wel een gaatje en mijn lesprogramma was op een haar na klaar. Wel wat plotseling zeg! Zou het gastcollege ineens een proefles zijn? Wie weet.....

Ik moest nog wel last minute op zoek naar een 2e hangslot (hint aan degene die de case van Diffie-Hellman doos willen kraken) en hier en daar wat gaten boren. En niet te vergeten: 3 milky ways (nee, dat is geen hint naar mijn 2e hobby betreffende populaire wetenschap rondom kosmologie en sterrenkunde en zo) als beloning voor de 3 studenten die de klos zouden zijn in mijn rollenspel. Het gastcollege verliep zoals behoren en wonder boven wonder waren we binnen de tijd klaar. En een compliment aan de student die het protocol wist te ontrafelen! Erg knap. In de zaal overigens twee oud bekenden die met argusogen naar mijn presentatie keken. Het was niet moeilijk om te raden dat deze vermoedelijk na afloop verslag zouden uitbrengen. 

En toen was er de uitnodiging voor een sollicitatie gesprek. Dat was even geleden dat ik zo'n gesprek had gevoerd..... in de detachering zijn we wel gewend dat je jezelf moet verkopen, maar omdat ik alweer zes jaar bij Enexis zit worden dergelijke skills toch wel wat roestig. Maar met de stropdas om (ook lang geleden) ging ik dapper voor de derde keer in 2 maanden op stap naar de NHL. Amper een uur later stond ik met het zweet in de handen weer buiten, en dat was niet vanwege het mooie weer. Nu werd het pas écht spannend.

Oh ja. Voor dat sollicitatie gesprek moest ik mijn HBO diploma meenemen. Dat was nog even spannend, want waar laat je zoiets? Na het diploma gevonden te hebben, keek ik toch met enige trots naar mijn cijferlijst die ik hier dan ook als afbeelding bijsluit (klik om te vergroten). Ik was blijkbaar een echte nerd. 

De overstap

Met de belofte dat ik eind april uitsluitsel zou krijgen werd ik met een uitrij kaart in de zak weer naar huis gestuurd. Meteen het thuisfront bellen natuurlijk om een update te geven met in wezen weinig nieuws. Ja, er zat een student bij. Dat was wel bijzonder, maar hé dat zijn de mensen die straks aan mij blootgesteld gaan worden. Dus wel slim om die er ook bij te betrekken. 

En inderdaad kwam eind april het telefoontje dat ze mij wel wilden hebben. Dat was wel even een schok. Ik de beste kandidaat? Moi? De techneut die vaak te lang aan het woord is? Hartstikke mooi, maar zo'n overstap die nu realiteit werd is een 'dream come true', maar ook een enorme impact op hoe je dagelijks leven en financiën er uit gaan zien. Tijd voor een serie gesprekken, telefoontjes en mailtjes over arbeidsvoorwaarden en een lastig gesprek met de huidige werkgever.

En nu, eind juni begint zich een beeld te vormen hoe het leven van een HBO docent "Business & ICT"er mogelijk uit gaat zien. Vroeger vonden wij hard-core programmeurs van de HIO (ik kende 11 programmeertalen toen ik van school kwam) die studenten van "Bedrijfskundige Informatica" eigenlijk geen echte informatici: ze programmeerden nauwelijks! En wat anders deed je dan informatie analyse, ontwerpen en programmeren? Dat laatste bestond vaak uit een uurtje op je toetsenbord rammen, vervolgens uren en nachten gefrustreerd naar een groen beeld monitor staren naar de output van je debugger om vervolgens éindelijk het licht te zien. Dat moment van euforie leidt nog steeds tot het uit je stoel springen, met je vuist een gat in de lucht slaan, 'YES!' roepen, een dansje doen (à la de Moonwalk @1:35)  en je vervolgens opnieuw in het volgende probleem storten. Kortom: de euforie van de overwinning op je eigen programmeer blunders duurt vaak 2 minuten in volle intensiteit en als je lef hebt, durf je er de volgende dag over op te scheppen dat je er zo lang over hebt gedaan om een zelf gecreëerd probleem op te lossen. Maar hé, je hebt weer iets gecreëerd.

Maar goed, het programmeerwerk is vervallen tot hobby en 'poging tot bijblijven'. Zie mijn websites voor onze lokale kerk (serieuze werk) en mijn altijd-in-hobby-fase verkerende persoonlijke website (al ben ik best trots op de recente livegang van de nieuwe stamboom). 

Wat ga je doen?

Dat is de vraag die ik nu veel krijg van mensen die dit nieuwe gehoord hebben. Eerlijk gezegd weet ik nog niet hoe mijn eerste werkdag er uit ziet en wanneer ze mij los durven te laten op de studenten. Wel duidelijk is dat ik in ieder geval een lesbevoegdheid moet halen. Daarvoor ga ik zelf weer één jaar lang één dag in de week naar school. In het jaar daarna ga ik aan de slag met het behalen van een Master diploma. Dat zal een ICT-gerelateerde master zijn, al lijkt een master in mondharmonica spelen mij ook wel tof. 

Verder zal ik "belast worden met coördinerende taken" en mag ik mijn kunsten vertonen aan de deelnemers van de deeltijd opleiding. Concreter dan dit wordt het nog niet. Eind Augustus 2017 ga ik het allemaal beleven en zal ik (met waarschijnlijk een enorme grijns) het gebouw van de NHL voor de 4e keer betreden met een oneindige nieuwsgierigheid en ambitie. Het ultieme doel: help studenten aan een diploma. Wel op de nette manier natuurlijk. Coachen, faciliteren, kennis overdragen, uitdagen, fouten laten maken en ondertussen zelf nog volop leren! Het lijkt me geweldig.

 

Strengths Finder

Strenghtsfinder

Vandaag heb ik de 177 vragen ingevuld die bij het boek 'Ontdek je sterke punten'. Een spervuur van twee stellingen waar je binnen 20 seconden uit moet kiezen. Daarna volgt een rapport. Herkenbaar gelukkig. Het feit dat ik dit post bevestigt de laatste skill uit de lijst. Leest u mee?

Strategic

The Strategic theme enables you to sort through the clutter and find the best route. It is not a skill that can be taught. It is a distinct way of thinking, a special perspective on the world at large. This perspective allows you to see patterns where others simply see complexity. Mindful of these patterns, you play out alternative scenarios, always asking, “What if this happened? Okay, well what if this happened?” This recurring question helps you see around the next corner. There you can evaluate accurately the potential obstacles. Guided by where you see each path leading, you start to make selections. You discard the paths that lead nowhere. You discard the paths that lead straight into resistance. You discard the paths that lead into a fog of confusion. You cull and make selections until you arrive at the chosen path—your strategy. Armed with your strategy, you strike forward. This is your Strategic theme at work: “What if?” Select. Strike.

Learner

You love to learn. The subject matter that interests you most will be determined by your other themes and experiences, but whatever the subject, you will always be drawn to the process of learning. The process, more than the content or the result, is especially exciting for you. You are energized by the steady and deliberate journey from ignorance to competence. The thrill of the first few facts, the early efforts to recite or practice what you have learned, the growing confidence of a skill mastered—this is the process that entices you. Your excitement leads you to engage in adult learning experiences—yoga or piano lessons or graduate classes. It enables you to thrive in dynamic work environments where you are asked to take on short project assignments and are expected to learn a lot about the new subject matter in a short period of time and then move on to the next one. This Learner theme does not necessarily mean that you seek to become the subject matter expert, or that you are striving for the respect that accompanies a professional or academic credential. The outcome of the learning is less significant than the “getting there.”

Ideation

You are fascinated by ideas. What is an idea? An idea is a concept, the best explanation of the most events. You are delighted when you discover beneath the complex surface an elegantly simple concept to explain why things are the way they are. An idea is a connection. Yours is the kind of mind that is always looking for connections, and so you are intrigued when seemingly disparate phenomena can be linked by an obscure connection. An idea is a new perspective on familiar challenges. You revel in taking the world we all know and turning it around so we can view it from a strange but strangely enlightening angle. You love all these ideas because they are profound, because they are novel, because they are clarifying, because they are contrary, because they are bizarre. For all these reasons you derive a jolt of energy whenever a new idea occurs to you. Others may label you creative or original or conceptual or even smart. Perhaps you are all of these. Who can be sure? What you are sure of is that ideas are thrilling. And on most days this is enough.

Achiever

Your Achiever theme helps explain your drive. Achiever describes a constant need for achievement. You feel as if every day starts at zero. By the end of the day you must achieve something tangible in order to feel good about yourself. And by “every day” you mean every single day—workdays, weekends, vacations. No matter how much you may feel you deserve a day of rest, if the day passes without some form of achievement, no matter how small, you will feel dissatisfied. You have an internal fire burning inside you. It pushes you to do more, to achieve more. After each accomplishment is reached, the fire dwindles for a moment, but very soon it rekindles itself, forcing you toward the next accomplishment. Your relentless need for achievement might not be logical. It might not even be focused. But it will always be with you. As an Achiever you must learn to live with this whisper of discontent. It does have its benefits. It brings you the energy you need to work long hours without burning out. It is the jolt you can always count on to get you started on new tasks, new challenges. It is the power supply that causes you to set the pace and define the levels of productivity for your work group. It is the theme that keeps you moving.

Communication

You like to explain, to describe, to host, to speak in public, and to write. This is your Communication theme at work. Ideas are a dry beginning. Events are static. You feel a need to bring them to life, to energize them, to make them exciting and vivid. And so you turn events into stories and practice telling them. You take the dry idea and enliven it with images and examples and metaphors. You believe that most people have a very short attention span. They are bombarded by information, but very little of it survives. You want your information—whether an idea, an event, a product’s features and benefits, a discovery, or a lesson—to survive. You want to divert their attention toward you and then capture it, lock it in. This is what drives your hunt for the perfect phrase. This is what draws you toward dramatic words and powerful word combinations. This is why people like to listen to you. Your word pictures pique their interest, sharpen their world, and inspire them to act.

Published by Martin Molema (Webmaster),

Onze betrouwbare netbeheerders

Ik zie de laatste dagen ineens reclame spotjes van 'de Nederlandse netbeheerder'. Daarmee stralen de netbeheerders uit hoe betrouwbaar het gas / elektriciteitsnetwerk is en dat we op ze kunnen rekenen. Naar mijn mening een terechte stelling die we eigenlijk voor lief nemen: dergelijke utitlies (gas/licht/water/tv/internet) zijn als 'water uit de kraan'. We ervaren ze alleen als dissatisfier: als ze niet werken dan merken we even hoe afhankelijk we er van zijn en gaan we klagen. Complimenten geven doen we nauwelijks. Dus bij deze grijp ik de gelegenheid aan: "hulde aan alle mannen en vrouwen die dagelijks (én 's-nachts) zorgen dat we zwaar mogen leunen op deze faciliteiten".

Toch is het een interessante ontwikkeling in het licht van de komende energie transitie. Ontwikkelingen als energie eilanden waarbij we vermoedelijk minder op centrale faciliteiten als netbeheerders denken te opereren. Vandaag nog laat Liander weten een buurtbatterij te plaatsen om decentrale opwekking te ondersteunen. Ook Enexis is bezig met diverse lokale initiatieven via BuurkrachtJouw Energiemoment

Verder is er de uitdaging van het elektrisch rijden en het 'opladen bij thuiskomst': hoe zorgen we als autominnend Nederland samen met de netbeheerder dat als we om 17 uur thuiskomen en de auto aan de lader hangen, we het hele elektriciteitsnetwerk plat gooien? We voelen ons af en toe heel zelfstandig: Internetten doen we straks via 5G, elektriciteit opwekken doen we met onze eigen zonnepanelen en een vette Tesla batterij in de muur, verwarmen via de zonnecollectoren en aardwarmte. Resteert het water uit de kraan. Dus hé, waar hebben we eigenlijk al die andere kabels in de vloer nog voor nodig?! 

Echter, we verschuiven onze afhankelijkheid naar andere resources: zon, wind, warmte, laadpalen en draadloze communicatie. Verder klinkt een energie eiland als een zelfstandige eenheid prachtig, maar er zijn meer skills voor nodig dan alleen een paar zonnepanelen op je dak leggen en zorgen dat je aangehaakt bent bij een lokaal trading mechanisme om je investering terug te verdienen. Ook het salderen (verdienen aan teruglevering) is niet oneindig: Minister Kamp wil in 2020 de zaken versoberen of afschaffen. Dit lijkt nadelig voor de persoonlijk portomonnee, maar kan wel voor een versnelling van de energietransitie zorgen. 

Maar wie gaat al die onzichtbare technologie in de grond aanleggen, onderhouden en innoveren? Gaan we dat zelf doen? Gaan we daar installatiebedrijven voor opschakelen? En lokaal verhandelen van energie is nog nergens mogelijk. Dus ook de energie transitie kan zo weer zorgen voor nieuwe banen en ander werk. 

Sorteren de netbeheerders met deze reclamespotjes alvast voor op een blijvende functie?

MP3 - eenvoudig toch?

Sinds kort rij ik een nieuwe auto: een Citroen C4 Grand Picasso. Het ding staat bol van de snufjes waaronder een hippe mediaplayer met touchscreen, USB, iPhone en Bluetooth integratie en natuurlijk een CD-speler. Genoeg bronnen dus om je muziek ten gehore te brengen. Het gave is dat deze mediaspeler ook 8GB opslag in de auto heeft: een media jukebox. Je kunt dus mooi vanaf je USB sticky zaken in de auto opslaan zodat je altijd je spullen bij je hebt. En het handige is dat de mediaspeler per bron (USB, jukebox, radio) een aantal instellingen onthoudt zoals het volume en de plaats waar hij de vorige keer opgehouden is. Nu geldt dat laatste natuurlijk niet voor de radio & Bluetooth maar het is wel ontzettend handig als je teruggaat naar de jukebox dat ie verder gaat waar hij gebleven is.

Nu had ik een aantal bestanden in MP3 formaat die de auto niet wilde afspelen. Ik zocht me suf en probeerde van alles op mijn (o zo fijne) Ubuntu 14.04 server:

  • eerst omzetten naar .wav en dan opnieuw coderen naar .mp3
  • on-the-fly omzetten via LAME encoder
  • VBR versus CBR
  • Mono vs stereo
  • Markering als 'Original' aan en uitzetten
  • LAME encoder rechtstreeks of via AVConv 

Na dus een keer of 4 een hele set bestanden opnieuw omgezet en elke keer naar mijn auto gelopen te zijn vond ik de oplossing: er zijn meerdere formaten MP3:

  • MPEG 1 Layer III (of Layer 3)
  • MPEG 2 Layer III(of Layer 3)

Het blijkt dus dat mijn auto de eerste niet snapt. Dit is een MP3-variant die slechts beperkte sample-rates toestaat. Normaliter is dat 44.1kHz. Niet te verwarren met de bitrate die iets zegt over de kwaliteit als je je CD-bestand bijvoorbeeld hebt omgezet naar MP3. Uiteindelijk heb ik het met onderstaande bash-script werkend gekregen. Eenvoudig te starten vanaf de terminal met als parameters een reeks MP3-bestanden. De resultaten komen in een aparte subfolder, wel zo handig.

#!/bin/bash

for f in "$@";
do
  folder=`dirname "$f"`
  mkdir -p ${folder}/mp3-stereo
  filename=${folder}/mp3-stereo/"${f%%.*}"
  echo Processing file $f == $filename
  # -acoded = set the codec to libmp3lame
  # -ab = set constant bitrate 256k
  # -ac = set 2 channels joint stereo
  # -ar 44100 = set the sample rate to 44.1kHz
  avconv -i "$f" -acodec libmp3lame -ab 160k -ac 2 -ar 44100 "$filename.mp3"
done